Ankerpunten

Ankerpunten in hulpverlenend handelen

Het gesprek met een suïcidale cliënt behelst vier belangrijke stappen. We noemen ze ankerpunten. Ze brengen de complexiteit van het gesprek en de nuances daarin terug naar een gestileerde vorm. Deze vorm is een hulpmiddel om in je achterhoofd te houden tijdens het gesprek en tijdens het lezen van Dus eigenlijk zegt u dat u dood wilt?!  Aan de hand van ankerpunten weet je waar je je bevindt in het gesprek en wat je te doen staat.

Een PDF versie om op bij de hand te houden kun je hier downloaden

  1. Signalen oppikken bij ieder vermoeden van suïcidaliteit, suïcidaliteit constateren (‘eigenlijk wilt u dood?’).
  2. Signalen exploreren (de ernst in kaart brengen, onveiligheid en onveiligheid naast elkaar zetten, met de beelden balans, rag en fuik).
  3. Suïcidaliteit temperen (uitstel en afstel bevorderen).
  4. Een actieplan maken (veiligheid realiseren, vervolgafspraken maken).

Iedere stap heeft zijn eigen dynamiek. Ieder moment in het gesprek ben je met alle stappen bezig, maar om tot een effectieve preventie te komen is het noodzakelijk dat je de stappen in volgorde accentueert. Je kan niet aan exploreren van signalen beginnen voordat je expliciet contact hebt over de suïcidaliteit. Je kunt niet aan temperen beginnen als de ernst van de suïcidaliteit onduidelijk is. Dat klinkt logisch, maar de neiging om snel over te gaan op stap 3 en 4  is groot.

De ankerpunten zijn richtinggevend en helpen bij de regievoering..

Stap 1 leidt ertoe dat de hulpverlener de suïcidaliteit van de cliënt expliciet constateert: ‘Eigenlijk zegt u dat u dood wilt?!’ De cliënt dient de vraag te beantwoorden,de hulpverlener zal de bal voor het doel moeten leggen. Je houding is nieuwsgierig, onderzoekend, begripvol zonder mee weg te zakken in de wanhoop. Jij houdt in je achterhoofd dat doodgaan vrijwel nooit een adequate oplossing is.

Met stap 2 van het gesprek ben je vanaf de aanmelding, dus ook voor het gesprek, al bezig. Pas na de constatering dat er sprake is van suïcidaliteit komt de vraag op tafel hoe ernstig de doodswens is. De hulpverlener kan hier naar eigen inzicht zijn vermoedens formuleren, pas in het persoonlijke contact kan hij de ernst beoordelen. Je beweegt als het ware naar de wanhoop toe; het verdragen ervan is een zeer moeilijk element van het gesprek. Je laat de cliënt ervaren dat je hem begrijpt én je laat je niet meenemen in de uitzichtloosheid.

Bij stap 3 is  is het belangrijk dat de hulpverlener leiding neemt en directiever wordt. Hij steltt dat er een alternatief gezocht moet worden voor de doodswens. Hij zal de cliënt moeten zien te bewegen naar andere perspectieven. Wat hier moed kan geven aan de hulpverlener is de wetenschap dat mensen niet zozeer dood willen, maar een ondragelijke gemoedstoestand willen opheffen.  De boodschap van de hulpverlener is: ‘Onze organisatie helpt mensen dagelijks bij rouw, eenzaamheid, depressie. Wanneer u zorgt dat u overleeft, beloof ik dat we met u een andere oplossing dan doodgaan zoeken. Als dat niet lukt kunt u altijd nog…. Die oplossing pakken we u niet af. Ik help u een mogelijk alternatief vinden.’

Stap 4 is een heel praktische stap, hier ben je directief en zorgzaam. Inmiddels weet je, met de cliënt, waar de gevaren schuilen. Alleen zijn, piekeren, slecht slapen en geen idee waar te beginnen met oplossen van de problemen worden een voor een voorzien van noodverbanden en spalken. De problemen worden gelabeld als oplosbaar of verdraagbaar als we de tijd maar hebben; overleven heeft prioriteit. Voor ieder risicolvolle omstandigheid – in de komende uren, dagen –bedenk je een maatregel. Je doet dit in samenspraak met de cliënt, naasten  en collega’s. Alleen een stevig netwerk helpt suïcide voorkomen.

Binnen deze hulpverleningsstructuur zal de hulpverlener:

- Inzetten op het voorkomen van suïcide.
- Zichzelf als deskundige bondgenoot presenteren.

- Waarden onderzoeken: wat of wie de cliënt nog de moeite waard vindt om door te leven.

- Verantwoordelijkheden tijdelijk uit handen nemen, de draaglast verminderen.

- Actueel ervaren (immateriële) bedreigingen en verliezen wegnemen of voorstellen hoe dit kan.  

- Hoop bieden: verwoorden welke waarden en kansen van de cliënt uitstel van suïcide rechtvaardigen.

- Nauwgezet samenwerken met naasten en professionals van andere instanties.

In iedere stap kan de hulpverlenersrol een ander accent hebben: directief, non-directief, luisterend, bemoedigend, zorgend. Als je de regie hebt, kun je op het juiste moment de juiste rol pakken. De hulpverlener heeft al zijn kwaliteiten nodig om tot een bevredigend resultaat te komen. Vrijblijvendheid of gemakkelijk scoren is er niet bij. Dat maakt een suïcidepreventiegesprek ook bijzonder.

De hulpverlener handelt hierbij in het besef dat de cliënt langdurig kwetsbaar kan zijn. De houdbaarheid van het resultaat kan beperkt zijn tot het volgende gesprek, iedere keer weer. 

 

 

google.png   twitter.png   facebook.png   linkedin.png

© Design, CMS Two Visions | Admin.